Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 7 mei 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Emmen, verweerder
de Minister voor Rechtsbescherming, de Minister.
Procesverloop
Overwegingen
vooralsnogakkoord wordt gegaan met de correctie met betrekking tot de afschrijving erfpachtrecht. Uit het feit dat eiser vervolgens niet heeft gereageerd op de daarop volgende brief van verweerder van april 2016, houdende de voorgenomen afhandeling van het bezwaar, kan voorts niet worden afgeleid dat eiser dat voorbehoud heeft laten vallen. Dit te meer nu daarbij niet aan alle bezwaren volledig tegemoet is gekomen. Uit het ingestelde beroep blijkt ook het tegendeel. Uit het feit dat eiser zijn beroep betreffende de aanslag IB/PVV 2010 heeft ingetrokken kan evenmin zonder meer worden afgeleid dat eiser akkoord is gegaan met de correctie van de afschrijving van de erfpachtrechten. Voor die intrekking kunnen diverse redenen zijn geweest en gesteld, noch gebleken is dat dit is geschied omdat eiser zich -bij nader inzien- kon verenigen met de correctie van de afschrijving van de erfpachtrechten.