ECLI:NL:RBNNE:2019:1881
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter mr. B. van den Bosch in een lopende kantonzakenprocedure, stellende dat de kantonrechter onpartijdigheid zou missen omdat hij zijn oordeel mede baseerde op een eerdere beslissing van een andere kantonrechter.
De wrakingskamer behandelde het verzoek en concludeerde dat het enkele meewegen van een eerdere beslissing geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormt. Ook het feit dat het verzoek om uitstel werd afgewezen en de beperkte spreektijd van de gevolmachtigde waren onvoldoende om twijfel aan onpartijdigheid te rechtvaardigen.
De rechtbank benadrukte de wettelijke presumptie van onpartijdigheid van rechters en het vereiste van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de hoofdprocedure werd voortgezet in de bestaande stand.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Groningen op 19 maart 2019.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Van den Bosch is afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid.