Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.MR. H. SILVIUS Q.Q.
2.[Z1] ,
[X1],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de overname van het geding door de curator namens CMS, [Z] en [X]
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring zijdens Holland Mineraal
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring zijdens Eurogrit en Sibelco
- de conclusie van antwoord in de incidenten tot oproeping in vrijwaring zijdens CMS, [Z] en [X]
- de conclusie van antwoord in de incidenten tot oproeping in vrijwaring zijdens [Z1] en [X1]
- het vonnis in incidenten van 21 maart 2018
- de conclusie van antwoord van de zijde van Holland Mineraal
- de conclusie van antwoord van de zijde van Eurogrit en Sibelco
- de mededeling van (de curator van) CMS, [Z] en [X] dat wordt afgezien van het nemen van een conclusie van repliek
- de conclusie van repliek van de zijde van [Z1] en [X1]
- de conclusie van dupliek van de zijde van Holland Mineraal
- de conclusie van dupliek van de zijde van Eurogrit en Sibelco.
2.De feiten
4.Het geschil en de beoordeling daarvan
buitengerechtelijkeontbinding betreft, zal de rechtbank (zoals subsidiair is gevorderd) de overeenkomsten in zoverre ontbinden.
een derdedient te worden aangemerkt als opzettelijke toevoeging in de zin van artikel 2 van Pro het Productenbesluit Asbest, welke vraag Holland Mineraal, Eurogrit en Sibelco ontkennend hebben beantwoord), gaat de rechtbank er - anders dan ILT - vanuit dat geen sprake is geweest van opzettelijke toevoeging van asbest. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat het Productenbesluit Asbest in het onderhavige geval niet van toepassing is. Van een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht (artikel 4 van Pro het Productenbesluit Asbest) is dan ook geen sprake. De vordering is derhalve niet op deze grond toewijsbaar.
€ 543,00(1 punt x tarief € 543,00)