ECLI:NL:RBNNE:2019:242
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling wegens afgenomen recidivegevaar en terminale ziekte
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 24 januari 2019 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) van een veroordeelde die sinds 2001 onder deze maatregel viel wegens ernstige delicten. De veroordeelde verblijft momenteel in een GGZ-kliniek en is terminaal ziek met een onzekere prognose.
Het behandelteam adviseerde aanvankelijk verlenging van de TBS vanwege de complexe problematiek en het risico op recidive, maar dit advies werd achterhaald door de terminale ziekte en de afgenomen kans op delictgevaar. De officier van justitie wijzigde haar vordering ter zitting en verzocht afwijzing van verlenging, mede gelet op het ontbreken van actueel recidivegevaar.
De raadsman betoogde dat de wettelijke bepaling die beëindiging van de TBS pas toestaat na minimaal een jaar voorwaardelijke beëindiging niet toegepast moet worden in deze situatie, omdat dit in strijd zou zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De rechtbank oordeelde dat de verlenging niet gerechtvaardigd is omdat het vereiste gevaarscriterium ontbreekt en dat toepassing van art. 509t lid 2 Sv in dit geval in strijd is met artikel 5 EVRM Pro. De vordering tot verlenging werd daarom afgewezen. Tevens is voorzien in een civielrechtelijke machtiging voor voortzetting van zorg na beëindiging van de TBS, zodat een soepele overgang naar passende zorg is gewaarborgd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af vanwege afgenomen recidivegevaar en terminale ziekte.