ECLI:NL:RBNNE:2019:2503

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
20 maart 2019
Publicatiedatum
11 juni 2019
Zaaknummer
rekestnummer 19/29
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatieArtikel 4 Kaderbesluit 2005/214/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot tenuitvoerlegging vervangende hechtenis wegens niet-betaalde buitenlandse geldelijke sanctie

De officier van justitie vorderde op 8 januari 2019 verlof tot tenuitvoerlegging van een vervangende hechtenis van 90 dagen tegen de veroordeelde, die in België was veroordeeld tot een geldelijke sanctie van €85.930,44 wegens mensenhandel. Deze sanctie was onherroepelijk en werd overgedragen aan Nederland voor executie.

Ondanks meerdere aanmaningen en een dwangbevel heeft de veroordeelde geen betaling verricht. De Belgische autoriteiten stemden in met toepassing van vervangende hechtenis tot maximaal drie maanden indien betaling onmogelijk is. Veroordeelde gaf aan niet tot betaling te kunnen overgaan en was bereid de hechtenis te ondergaan.

De rechtbank heeft de vordering getoetst aan de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en geen gronden voor afwijzing gevonden. De vordering is toegewezen en de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis voor maximaal 90 dagen is toegestaan.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering toe en bepaalt dat de vervangende hechtenis van maximaal 90 dagen kan worden uitgevoerd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Locatie Leeuwarden
rekestnummer 19/29
zaaknummer CJIB: 35052540001031426
Beslissing van de meervoudige raadkamer d.d. 20 maart 2019 op de vordering van de officier van justitie ex artikel 16 van Pro de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en confiscaties, in de zaak tegen:

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats],
verblijvende in PI Arnhem te Arnhem,
raadsman mr. G.F. Schadd.

Procesverloop

De officier van justitie heeft op 8 januari 2019 gevorderd dat de rechter verlof zal verlenen tot tenuitvoerlegging van 90 dagen vervangende hechtenis. Deze vervangende hechtenis is, in samenhang met geldelijke sancties tot een totaalbedrag van € 85.930,44, opgelegd aan veroordeelde door het Hof van beroep te Gent (België).
De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden op 27 februari 2019. Veroordeelde en zijn raadsman zijn niet verschenen. Veroordeelde heeft schriftelijk verklaard afstand te doen van de mogelijkheid te verschijnen. De raadsman heeft per brief van 27 februari 2019 aangegeven niet te zullen verschijnen.

Motivering

1. Het Hof van beroep te Gent heeft veroordeelde op 15 september 2016 veroordeeld voor het plegen van mensenhandel tot het betalen van diverse geldelijke sancties tot een totaalbedrag van € 85.930,44. Dit arrest is onherroepelijk geworden. België heeft de zaak ter executie van het opgelegde geldbedrag overgedragen aan Nederland. Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) heeft veroordeelde op 27 maart 2018 voor de eerste maal aangeschreven over te gaan tot betaling van het opgelegde bedrag. Vervolgens zijn twee aanmaningen verzonden, gevolgd door een herinneringsbrief. Tenslotte is een dwangbevel uitgevaardigd. Er is geen enkele betaling ontvangen. De openstaande vordering bedraagt inmiddels, na vermeerdering met kosten, € 103.143,53.
2. De Belgische autoriteiten hebben via het voorgeschreven certificaat als bedoeld in artikel 4 van Pro het Kaderbesluit 2005/214/JBZ ingestemd met het toepassen van vervangende sancties indien het onmogelijk is om de opgelegde geldelijke sanctie geheel of ten dele ten uitvoer te leggen. De vervangende sanctie betreft hechtenis tot een maximumduur van 3 maanden.
3. Veroordeelde heeft bij brief van 7 november 2018 aangegeven dat hij niet in staat is om een betalingsregeling aan te bieden en bereid is om de vervangende vrijheidsbenemende straf te ondergaan.
4. De officier van justitie heeft op 8 januari 2019 schriftelijk gevorderd dat verlof zal worden verleend tot tenuitvoerlegging van een vervangende hechtenis voor de duur van 90 dagen.
5. De raadsman en veroordeelde hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid schriftelijk of mondeling bezwaren in te dienen tegen de vordering.
6. De officier van justitie heeft bij de behandeling in raadkamer desgevraagd meegedeeld dat hij er vanuit gaat dat de vervangende hechtenis van 90 dagen de compensatie vormt voor het gehele bedrag van € 103.143,53.
7. De rechtbank heeft de vordering getoetst aan de in artikel 16 van Pro de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie gegeven voorschriften.
8. De rechtbank ziet geen gronden voor afwijzing van de vordering.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering toe.
De rechtbank bepaalt dat tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis voor de duur van maximaal 90 dagen kan plaatsvinden.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. K. Post en mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2019.