ECLI:NL:RBNNE:2019:2505
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen erkenning en tenuitvoerlegging Duitse geldboete wegens invoerrechten
Veroordeelde verzet zich tegen de tenuitvoerlegging van een in Duitsland opgelegde geldboete van €2.800 plus €70 kosten, wegens het niet melden van invoer van goederen bij de douane. De Duitse beslissing werd onherroepelijk in 2014 en Nederland erkende deze in 2016.
Veroordeelde stelde dat hij de boete te hoog vond en dat hij een brief naar Duitsland had gestuurd zonder reactie. De rechtbank oordeelt dat zij niet mag toetsen aan de inhoud van het buitenlandse vonnis en dat de onherroepelijkheid van de Duitse beslissing vaststaat. Het CJIB heeft meerdere pogingen gedaan tot inning, waarna een dwangbevel werd uitgevaardigd.
De rechtbank concludeert dat de officier van justitie in redelijkheid het dwangbevel kon uitvaardigen en dat het bezwaarschrift ongegrond is. De procedure werd correct gevolgd en de belangen van veroordeelde zijn voldoende gewaarborgd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de tenuitvoerlegging van de Duitse geldboete wordt ongegrond verklaard.