ECLI:NL:RBNNE:2019:2506
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorwaardelijke invrijheidstelling jeugdige veroordeelde
De veroordeelde is op 12 juni 2018 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Nederland veroordeeld tot 24 maanden jeugddetentie, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Op grond van artikel 77c Sr is artikel 77j lid 4 Sr van toepassing, waardoor de rechter op elk moment voorwaardelijke invrijheidstelling kan verlenen.
Op 10 april 2019 diende de raadsvrouw van veroordeelde een verzoek in voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Tijdens de zitting van 17 april 2019 werd vastgesteld dat veroordeelde reeds verlof heeft van maandag tot en met vrijdag van 07:00 tot 20:30 uur, waardoor hij naar school kan, kan werken en sporten. De nachten en weekenden brengt hij nog door in de justitiële jeugdinrichting.
De officier van justitie stelde dat de voortzetting van de detentie geen onredelijke belemmering vormt voor de resocialisatie, gezien het bestaande verlof. De rechtbank oordeelde dat het vonnis de duur van detentie bepaalt en alleen in uitzonderlijke gevallen daarvan mag worden afgeweken. Omdat geen uitzonderlijk geval is aangetoond en de huidige situatie de resocialisatie niet onredelijk belemmert, werd het verzoek afgewezen.
De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 17 april 2019.
Uitkomst: Het verzoek tot voorwaardelijke invrijheidstelling wordt afgewezen omdat geen uitzonderlijk geval is aangetoond.