ECLI:NL:RBNNE:2019:257
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- J. van Bruggen
- H.J. Schuth
- M.R.M. Beaumont
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens noodweerexces bij poging tot doodslag met barkruk
Op 18 augustus 2018 sloeg verdachte het slachtoffer meermalen met een barkruk tegen hoofd en arm, wat leidde tot ernstig letsel. Verdachte werd primair ten laste gelegd poging tot doodslag. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer heeft aanvaard door het meermalen slaan met een zwaar voorwerp op het hoofd.
Verdachte beriep zich op noodweerexces, stellende dat hij werd aangevallen door het slachtoffer en diens neef, die een mes hanteerden en hem bedreigden. De rechtbank concludeerde dat er sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, waarbij verdachte zich niet kon onttrekken en zich mocht verdedigen. Wel overschreed verdachte de grenzen van proportionaliteit door met grote kracht en meerdere keren te slaan.
De rechtbank oordeelde dat deze overschrijding het gevolg was van een hevige gemoedsbeweging, veroorzaakt door doodsangst en paniek door de bedreiging met het steekwapen. Dit leidde tot een geslaagd beroep op noodweerexces, waardoor verdachte niet strafbaar is. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd afgewezen omdat verdachte niet strafbaar werd verklaard.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle rechtsvervolging en verklaarde het primair ten laste gelegde bewezen, maar ontsloeg verdachte van rechtsvervolging. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweerexces na overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging.