Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Uitspraak
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte vrijgesproken van poging doodslag en poging afpersing op grond van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Verdachte werd beschuldigd van het samen met anderen beroven en schieten op een slachtoffer in Groningen op 20 december 2017.
De tenlastelegging betrof onder meer het meenemen van slachtoffers naar een afgelegen plek, het richten van een vuurwapen, het afvuren van kogels en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het openbaar ministerie baseerde zich op telefoongegevens, camerabeelden en getuigenverklaringen, waaronder een verklaring van een vriend van verdachte die hem op beelden zou hebben herkend.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte waarschijnlijk het telefoonnummer gebruikte dat in contact stond met het slachtoffer, dit niet voldoende bewijs is dat hij ook daadwerkelijk de persoon op de camerabeelden was. De verklaring van de getuige was onvoldoende concreet en mogelijk beïnvloed door kennis van het onderzoek. Ook de schoenen die verdachte in bezit had, konden niet met zekerheid worden gekoppeld aan de persoon op de beelden.
Daarom kon niet overtuigend worden vastgesteld dat verdachte aanwezig was bij de ontmoeting en het schietincident. De rechtbank sprak verdachte vrij en gelastte de teruggave van in beslag genomen goederen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van poging doodslag en poging afpersing.