De zaak betreft het beroep van Stichting Scholengroep Opron tegen het besluit van de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media om bijzondere bekostiging wegens samenvoeging van basisscholen De Oleander en Meester Neuteboom op nihil vast te stellen en het bedrag van €646.783,74 terug te vorderen.
De minister stelde dat geen sprake was van een samenvoeging omdat geen enkele leerling van de opgeheven scholen ’t Zonnedal en Parkwijkschool zich had ingeschreven bij de fusiescholen. De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte een zuiver grammaticale uitleg van het begrip samenvoeging hanteert en dat het begrip moet worden uitgelegd als het fuseren van twee zelfstandige scholen tot een geheel, zonder dat alle of een substantieel deel van de leerlingen moet overgaan.
De rechtbank baseert zich op de wetshistorie, waaronder een brief van de staatssecretaris van 23 mei 2014, en de Regeling bijzondere bekostiging bij samenvoeging van scholen. De regeling is bedoeld om personeelsproblemen na fusies te compenseren, ook als er geen leerlingen overgaan.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit voor zover het de bijzondere bekostiging op nihil stelde en terugvordering beoogde. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.