De rechtbank Noord-Nederland heeft op 5 juli 2019 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een minderjarige verdachte, geboren in 2004, die zich schuldig heeft gemaakt aan vernieling van een trapleuning en een mobiele telefoon van zijn moeder. De vernielingen vonden plaats op 27 maart 2019 in het huis van zijn ouders te Uithuizermeeden. Verdachte heeft het feit bekend en de rechtbank acht het bewezen verklaarde wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoonlijke situatie van verdachte. Verdachte vertoonde problematisch gedrag, waaronder vernieling van meerdere eigendommen, bedreigingen en geweldsincidenten, wat leidde tot een gesloten jeugdzorgplaatsing. Ondanks eerdere voorwaardelijke straffen en begeleiding is er geen gedragsverbetering opgetreden.
De rechtbank heeft daarom een voorwaardelijke jeugddetentie van twee weken opgelegd met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan algemene en bijzondere voorwaarden zoals medewerking aan psychologisch onderzoek, urinecontroles en reclasseringstoezicht. Tevens is de proeftijd van een eerdere voorwaardelijke straf met één jaar verlengd. De vorderingen tot tenuitvoerlegging van de eerdere voorwaardelijke straf zijn afgewezen om het zorgtraject niet te verstoren.