ECLI:NL:RBNNE:2019:3104
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dwang tot ontuchtige handelingen
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 16 juli 2019 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het dwingen van aangeefster tot ontuchtige handelingen tussen september 2016 en januari 2017. Het openbaar ministerie vorderde een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, gebaseerd op verklaringen van aangeefster, haar mentor en chatberichten.
Verdachte ontkende ten stelligste de tenlastelegging. De rechtbank oordeelde dat de tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen konden worden. Hoewel seksuele handelingen tussen partijen hebben plaatsgevonden, ontbrak bewijs dat verdachte deze handelingen met geweld, bedreiging of andere feitelijkheid heeft afgedwongen. Er was geen sprake van onverwacht handelen of verzet van aangeefster dat door verdachte werd genegeerd.
De rechtbank concludeerde dat de chatberichten weliswaar seksueel getint waren, maar geen aanwijzingen bevatten voor dwang. Ook de relatie tussen verdachte en aangeefster, waarbij zij vrijwillig bij hem introk, ondersteunde het ontbreken van dwang. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen. De uitspraak vond plaats tijdens een openbare terechtzitting in Assen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij aangeefster heeft gedwongen tot ontuchtige handelingen.