Uitspraak
vonnis
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering ex artikel 843a Rv,
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak,
- de conclusie van antwoord in het incident,
- de akte houdende producties van Waterhuizen B.V. van 14 mei 2019,
- de akten houdende producties van [naam eiser] van 8 en 14 mei 2019,
- het proces-verbaal van comparitie van 16 mei 2019 ter gelegenheid waarvan [naam eiser] zijn provisionele eis met instemming van Waterhuizen B.V. heeft ingetrokken.
2.De feiten
3.De vorderingen
4.Het standpunt van [naam eiser]
5.Het standpunt van Waterhuizen B.V.
vervolgafsprakenof
vervolgopdrachtenin de zin van de bemiddelingsovereenkomst omdat de initiële aanvraag niet tot een daadwerkelijke opdracht heeft geleid.
6.De beoordeling
2.148,00(2 punten x 1.074,00)