Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Direct nadat mijn man de klappen van [verdachte] had gekregen had ik gezien dat mijn man een behoorlijke zwelling had aan de linkerkant van zijn hoofd en het was behoorlijk rood.
Op woensdag 13 juni 2018 omstreeks 12:15 uur, bevonden wij ons op bovengenoemd adres en zagen wij dat de ons ambtshalve bekende [verdachte] kwam aanlopen. Ik, [verbalisant] , sprak [verdachte] aan en vroeg hem wat hij in de buurt deed. Ik hoorde dat hij zei dat hij gewoon wat rond hing in de buurt. Ik heb [verdachte] vervolgens nadrukkelijk verzocht niet meer in de buurt van de woning te komen of contact te zoeken met [slachtoffer 1] . Ik zag dat [verdachte] Nike schoenen droeg en vermoedde dat het profiel mogelijk overeen zou komen met het profiel zichtbaar in de deuk op de rechterzijde van het voertuig. Ik heb vervolgens een foto gemaakt van de schoenzool van [verdachte] en zal deze foto bij dit proces-verbaal voegen.
A: [slachtoffer 1] en haar ouders.
V: Wat heb jij op woensdag 13 juni 2018 rond 10:00 uur gedaan?
A: Ik wilde mijn spullen ophalen bij [slachtoffer 1] rond 10:00 uur. Ik zag dat ze boven bij de slaapkamer met mijn spullen stond te zwaaien, maar ze wilde mij die spullen niet geven. [slachtoffer 1] heeft uiteindelijk de spullen naar beneden gegooid.
V: Welke auto stond op de oprit bij de woning op de [straatnaam] ?
A: Ik weet dat er een groene auto stond.
V: [slachtoffer 1] heeft jou gezien en jij hebt iets tegen haar geroepen nadat je op de deurbel had gedrukt. Wat heb jij tegen haar geroepen?
A: Niet iets liefs denk ik, ik weet het niet meer.
V: Waarom liep je naar de zijkant van de woning?
A: Geen idee, onmacht misschien.
V: Wat deed je toen?
A: Boos zijn en proberen af te koelen.
V: [slachtoffer 1] hoorde harde klappen. Weet jij wat dat geweest zou kunnen zijn?
A: Geen idee.
Gisteravond, 10 april 2018 had [verdachte] bij mij gegeten. Na het eten vroeg [verdachte] mij om geld. Nadat ik [verdachte] had gezegd dat ik hem geen geld kon geven flipte hij helemaal. [verdachte] heeft mij uitgescholden voor van alles en nog wat.
Op 23 mei 2018 pakte [verdachte] in de steeg achter onze woning aan de [straatnaam] mijn fiets vast. Ik zag dat hij de fiets een trap gaf. Ik zag dat hij de fiets optilde en deze op de grond gooide. Een buurvrouw, [getuige 2] , heeft alles zien gebeuren en kwam onze kant op. Ze sprak [verdachte] aan op zijn gedrag. Hij is toen weggegaan.
Ik stuur u via de mail nog foto's van de vernielde fiets.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 120,00 ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [slachtoffer 3] , tot een bedrag van € 2.500,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
3. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 350,00 ter vergoeding van materiële, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 48 dagen.
[slachtoffer 1]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 20,00 (zegge: twintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2018.
[slachtoffer 1]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 275,00 (zegge: tweehonderd vijfenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2018.