ECLI:NL:RBNNE:2019:3408
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit en vervaardigen van kinderporno en bezit van dierenporno
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het vervaardigen en bezit van kinderporno gericht op zijn stiefdochter, alsmede voor het bezit van dierenporno. Verdachte heeft zijn stiefdochter heimelijk gefilmd toen zij minderjarig was en van deze opnamen nadrukkelijk ingezoomde afbeeldingen vervaardigd. Daarnaast had hij jarenlang kinderporno in bezit en ook afbeeldingen en films van dierenporno.
De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen, mede op basis van de bekennende verklaring van verdachte. Het verspreiden van kinderporno kon echter niet worden bewezen, waardoor verdachte daarvan werd vrijgesproken. De rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat hij het vertrouwen van het slachtoffer als stiefvader heeft geschonden en haar lichamelijke integriteit en waardigheid heeft geschonden.
De strafmaat is mede bepaald op basis van het reclasseringsrapport dat een laag recidiverisico inschat, maar toch bijzondere voorwaarden adviseert vanwege afwijkende seksuele voorkeuren. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 10 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, en stelde bijzondere voorwaarden waaronder meldplicht, ambulante behandeling en controle op kinder- en dierenporno.
Verdachte nam niet volledig verantwoordelijkheid voor zijn daden en probeerde de ernst te bagatelliseren. De rechtbank vond een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en wees het verzoek van de verdediging af om een lichtere straf of een andere behandelinstantie toe te wijzen.
De uitspraak werd gedaan op 5 augustus 2019 na behandeling van de zaak op 22 juli 2019.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor vervaardigen en bezit van kinderporno en bezit van dierenporno.