Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte 1] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
1. [slachtoffer 5] , tot een bedrag van € 1.632,69 ter zake van materiële schade en € 300,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [slachtoffer 6] , tot een bedrag van € 394,93 ter vergoeding van materiële schade en € 375,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
1. [slachtoffer 5]
2. [slachtoffer 6]
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 158 dagen.
een gedeelte, groot 60 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Ten aanzien van 18/243448-18, feit 1.:
[slachtoffer 5]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
122,03(zegge: honderdtweeëntwintig euro en drie eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 september 2018.
Ten aanzien van parketnummer 18/243448-18, feit 3. en 4.:
[slachtoffer 6]in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.