Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis d.d. 23 augustus 2019
[naam], geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] , beiden wonende te
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekers hebben gelijktijdig met het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium op grond van artikel 287b Faillissementswet. Dit moratorium zou moeten voorkomen dat hun woning op 11 juli 2019 wordt ontruimd, zodat zij rust krijgen om een minnelijke schuldregeling met schuldeisers te treffen.
Tijdens de zitting hebben verzoekers en hun schuldhulpverlener toegelicht dat de financiële situatie nog niet stabiel is door beslagleggingen en ingehouden toeslagen, waardoor niet alle vaste lasten betaald kunnen worden. De verhuurder stelde dat er sprake is van een forse huurschuld en dat verzoekers in het verleden ook al huurschulden hadden, zonder dat zij contact zochten voor betalingsregelingen.
De rechtbank overweegt dat een moratorium bedoeld is om de schuldenaar een adempauze te geven om het minnelijk traject voort te zetten, waarbij de schuldenaar zich moet inspannen voor een regeling. Omdat verzoekers nog geen stabiele financiële situatie hebben en onvoldoende inspanningen hebben verricht, is het verzoek niet gerechtvaardigd. Het verzoek tot moratorium wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het instellen van een moratorium wordt afgewezen wegens onvoldoende stabilisatie van de financiële situatie en gebrek aan inspanningen van verzoekers.