ECLI:NL:RBNNE:2019:381
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op noodweer bij poging zware mishandeling met mes
Op 19 juli 2018 stak verdachte aangever meermalen met een mes in de rug tijdens een confrontatie in Groningen. Verdachte werd primair ten laste gelegd poging tot doodslag en subsidiair poging tot zware mishandeling. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs was voor voorwaardelijk opzet op doodslag, mede gelet op de beperkte aard van de verwondingen en de omstandigheden waaronder het mes werd gebruikt.
Verdachte voerde een primair beroep op noodweer aan, stellende dat hij werd aangevallen en geen andere uitweg had dan zichzelf te verdedigen met het mes. De rechtbank stelde vast dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door aangever, dat verdachte geen reële vluchtmogelijkheid had en dat het gebruik van het mes proportioneel was gezien de situatie.
De rechtbank verklaarde het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, maar achtte het feit niet strafbaar wegens het ontbreken van wederrechtelijkheid door het geslaagde noodweerberoep. Verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging. De civiele vordering van de benadeelde werd niet-ontvankelijk verklaard en dient bij de burgerlijke rechter te worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op noodweer bij poging zware mishandeling met mes.