Op 13 oktober 2018 sloeg verdachte tweemaal met kracht met een houten balk in de richting van het hoofd van het slachtoffer, die de klappen afweerde met zijn armen, waardoor beide armen van het slachtoffer en de balk braken. De rechtbank acht bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer, aangezien het hoofd een kwetsbaar deel is en de kans op dodelijk letsel aanmerkelijk was.
Daarnaast bedreigde en beledigde verdachte op 15 december 2018 een gevangenisbewaarder tijdens zijn voorarrest door met gebalde vuisten op hem af te rennen, dreigende woorden uit te spreken en hem in het gezicht te spugen. De rechtbank acht deze feiten eveneens bewezen.
De psychologische rapportage concludeerde dat verdachte een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken heeft en verminderd toerekeningsvatbaar is. De rechtbank houdt hier rekening mee bij de strafoplegging en legt een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op met bijzondere voorwaarden, waaronder ambulante behandeling voor agressieproblematiek.
De straf bedraagt 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Verdachte moet zich melden bij de reclassering en meewerken aan behandeling en toezicht. De rechtbank benadrukt de ernst van de feiten en het recidiverisico van verdachte.