De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Nederland behandelde op 19 september 2019 een zaak waarin [eiseres], verhuurder van bedrijfsruimte, vorderde dat [gedaagde], huurder van winkelruimte, het gehuurde zou ontruimen vanwege een aanzienlijke huurachterstand. De huurovereenkomsten betroffen twee bedrijfsruimten met een totale maandelijkse huur van ruim €8.500.
[eiseres] stelde dat [gedaagde] de huur over meerdere maanden niet had betaald en slechts gedeeltelijk had voldaan aan een betalingsregeling. Daarnaast was sprake van boetes en incassokosten. [gedaagde] voerde verweer door te stellen dat [eiseres] haar onderhoudsverplichtingen niet was nagekomen en dat er gebreken waren, waardoor zij de huur had opgeschort.
De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand en de boetes voldoende aannemelijk waren en dat het verweer van [gedaagde] niet voldeed omdat opschorting van betaling was uitgesloten in de algemene voorwaarden en zij niet tijdig klachten had gemeld. De ernst van de huurachterstand gaf een grote kans op ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure, waardoor ontruiming in kort geding gerechtvaardigd was.
De kantonrechter veroordeelde [gedaagde] tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van de huurachterstand, boetes, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten. Tevens werd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.