Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 26 september 2018;
- de binnengekomen brieven zijdens [eiser] en [gedaagde] van 4 december 2018;
2.De beoordeling
3.De beslissing
deskundige ad € 3.732,00,
Rechtbank Noord-Nederland
In deze civiele procedure tussen eiser en gedaagde is een deskundigenonderzoek gelast. Bij tussenvonnis is bepaald dat de kosten van de deskundige gelijkelijk over partijen worden verdeeld, waarbij eiser met toevoeging geen voorschot hoefde te betalen en gedaagde de helft van het voorschot heeft voldaan.
Tijdens de comparitie van partijen is een minnelijke regeling getroffen waarin is afgesproken dat ieder zijn eigen kosten draagt. De rechtbank moet vervolgens ambtshalve beslissen over de verdeling van het loon van de deskundige.
De rechtbank veroordeelt eiser tot betaling van haar deel van de deskundigenkosten ad € 3.732,00 aan de griffier, conform de betalingsinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak, binnen twee weken na ontvangst van het verzoek. Gedaagde is reeds in het voorschot voorzien en wordt niet verder veroordeeld.
Uitkomst: Eiser wordt veroordeeld tot betaling van haar deel van de deskundigenkosten ad € 3.732,00.