Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Hi [eiser] ,
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser hield sinds 2007 bijna 5% van de aandelen in A B.V. en ontving in 2009 een aanbod om 5% extra aandelen te kopen in ruil voor een borgstelling. Eiser aanvaardde dit aanbod mondeling en stelde zich borg, maar de aandelen zijn nooit geleverd. A B.V. ging failliet en eiser betaalde de borgstelling aan de bank.
Verweerder stelde dat er geen koopoptie was verleend, maar slechts een aanbod tot verkoop dat niet binnen redelijke termijn was aanvaard, en dat eiser zich niet voor het volledige bedrag borg had gesteld. De rechtbank beoordeelde de mail en verklaringen en concludeerde dat er een koopovereenkomst tot stand was gekomen, maar geen koopoptie. Omdat de aandelen juridisch en economisch niet waren geleverd, was eiser geen aanmerkelijk belanghouder volgens artikel 4.6 Wet IB 2001.
Het beroep van eiser tegen de aanslag IB/PVV 2013 en de belastingrente werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat het niet leveren van de aandelen de rechtsgeldigheid van de koopovereenkomst niet aantast, maar dat zonder eigendomsoverdracht het aanmerkelijk belang ontbreekt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Eiser was geen aanmerkelijk belanghouder omdat de aandelen niet zijn geleverd, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.