Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
stillvan de camerabeelden van [bedrijf] , op grond waarvan een verbalisant verdachte ambtshalve heeft herkend, te vaag is om een persoon te kunnen herkennen.
stillvan deze camerabeelden van [bedrijf] opgenomen op grond waarvan een verbalisant ambtshalve verdachte [verdachte] heeft herkend. De rechtbank is echter van oordeel dat voornoemde
still,waarop het gezicht van de persoon op de
stillonscherp in beeld is, te onduidelijk is om een persoon daadwerkelijk te kunnen herkennen. De rechtbank acht derhalve onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig om verdachte aan te wijzen als dader van de diefstal bij de [benadeelde partij 1] .
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
1. [benadeelde partij 5] , tot een bedrag van € 554,17 ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan (feit 2);
2. [slachtoffer 3] , tot een bedrag van € 1.462,93 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan (feit 4);
3. [slachtoffer 5] , tot een bedrag van € 117,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan (feit 6).
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden.
[benadeelde partij 5]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 554,17(zegge: vijfhonderdvierenvijftig euro en zeventien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2019.
[slachtoffer 3]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 1.266,87(zegge: duizend tweehonderdzesenzestig euro en zevenentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 april 2019.
[slachtoffer 5]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 117,-(zegge: honderdzeventien euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 april 2019.