Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[eiser] ,
2.[de dochter] ,
3.[de schoonzoon] ,
partijen genoegzaam bekend.
;
maten sub 1 en sub 2;
De voor de maatschap te verrichten werkzaamheden zullen door de maten in
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser, die in 2000 zijn akkerbouwbedrijf staakte, ging in 2012 samen met zijn dochter en schoonzoon een maatschap aan om het bedrijf gezamenlijk voort te zetten. De Belastingdienst legde voor 2013 een aanslag IB/PVV op, die eiser betwistte. De rechtbank stelt vast dat de maatschap civielrechtelijk tot stand is gekomen en dat de oprichting niet louter een fiscale constructie is.
De rechtbank weegt het standpunt van verweerder dat de maatschap niet realistisch zou zijn vanwege de leeftijd van eiser en het vermeende ontbreken van feitelijke verandering, af tegen het bewijs dat eiser actief betrokken is bij het bedrijf en investeringsbeslissingen. De rechtbank concludeert dat de maatschap rechtshandelingen betreft die stroken met de werkelijke bedoeling van de partijen.
Daarmee wordt het beroep van eiser gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €9.780 en uit sparen en beleggen van €7.151. De rechtbank wijst vergoeding van werkelijke proceskosten af, maar veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en forfaitaire proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag IB/PVV 2013 tot het juiste belastbare inkomen.