ECLI:NL:RBNNE:2019:4238
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs van voordeel uit hennepteelt
De officier van justitie vorderde op 4 september 2019 dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt en veroordeelde verplicht tot betaling van €117.847,48 aan de staat. Deze vordering was gebaseerd op een eerdere veroordeling voor medeplegen van een overtreding van artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet.
Tijdens de terechtzitting van 30 september 2019 werden veroordeelde, haar raadsman en de officier van justitie gehoord. Veroordeelde erkende kennis te hebben gehad van de hennepkweekruimten in haar woning en die van een medeveroordeelde, maar ontkende actieve betrokkenheid en het genieten van enig voordeel uit de hennepteelt.
De rechtbank concludeerde dat uit het dossier niet duidelijk bleek welk aandeel veroordeelde had in de hennepteelt en of zij voordeel had genoten. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs wees de rechtbank de ontnemingsvordering af. De beslissing werd genomen op 14 oktober 2019 door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering van €117.847,48 af wegens onvoldoende bewijs van genoten voordeel.