De rechtbank Noord-Nederland heeft op 14 oktober 2019 uitspraak gedaan in een zaak waarin de officier van justitie een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel deed jegens de verdachte. De vordering betrof een bedrag van €117.847,48, gebaseerd op een rapport waarin het voordeel uit hennepteelt werd berekend.
Tijdens de terechtzitting op 30 september 2019 werden zowel de verdachte als zijn raadsman gehoord. De verdediging voerde aan dat het stroomverbruik waarop de berekening was gebaseerd niet met fysieke bewijsstukken was onderbouwd en dat het voordeel niet volledig aan de verdachte kon worden toegerekend vanwege eigendomsovergang van de woning. Tevens werd aangevoerd dat het hoge energieverbruik verklaard kon worden door airconditioning, jacuzzi en verwarming van konijnenhokken.
De rechtbank oordeelde dat het rapport een concludente en navolgbare berekening bevatte en dat het proces-verbaal van een bevoegde opsporingsambtenaar voldoende bewijs leverde voor het stroomverbruik. Ook achtte de rechtbank het aannemelijk dat de verdachte al voor de eigendomsovergang gebruik kon maken van de locatie. De verdediging slaagde er niet in het hoge stroomverbruik te verklaren. De rechtbank wees de vordering van de officier van justitie toe en legde de verdachte de verplichting op tot betaling van €117.847,48 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.