Verzoekers wonen op een woonboot die op 2 oktober 2019 door de burgemeester van De Fryske Marren is gesloten voor drie maanden wegens vermoedelijke drugshandel. De politie had op 20 februari 2019 bij een inval hennep, amfetamine en een stroomstootwapen aangetroffen. Verzoekers maakten bezwaar tegen de sluiting en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisende belang aanwezig is omdat verzoekers de woonboot per 9 oktober moesten verlaten. Namens verweerder was niemand aanwezig bij de zitting, maar de uitnodiging was aangetekend verzonden en ontvangen. De rechter stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de sluiting na ruim zeven maanden nog noodzakelijk is voor het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde.
De rechter verwijst naar jurisprudentie dat sluiting gericht is op het wegnemen van de bekendheid van een pand als drugspand en het terugdringen van drugshandel. Omdat verweerder niet heeft toegelicht waarom dit doel nog wordt gediend, is sprake van een motiveringsgebrek. De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de sluiting geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt vergoed.