ECLI:NL:RBNNE:2019:4390
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs opzettelijk aanwezig hebben van grote hoeveelheid hasjiesj
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hasjiesj in een loods te Drachten en medeplichtigheid aan het voorbereiden van het vervoer daarvan. De politie trof ongeveer 498 kilogram hasjiesj verborgen aan in een trailer in de loods. Verdachte had de sleutel van de loods en gaf toegang aan anderen.
De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bestond dat verdachte wist van de drugs. De verdediging voerde aan dat de aanhouding onrechtmatig was en dat verdachte niet wist van de hasjiesj.
De rechtbank oordeelde dat de aanhouding rechtmatig was vanwege meldingen en aanwijzingen van verdachte activiteiten in de loods. Echter, het bewijs dat verdachte wetenschap had van de drugs was onvoldoende. De verklaringen van verdachte en medeverdachten over werkzaamheden aan de trailer konden niet worden weerlegd door objectief bewijs.
Het DNA-spoor op de hasjiesj kon niet overtuigend worden gekoppeld aan een medeverdachte omdat aanvullend onderzoek ontbrak. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werd gelast dat het in beslag genomen geld aan de rechtmatige eigenaar wordt teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist van de aanwezigheid van de hasjiesj.