ECLI:NL:RBNNE:2019:4471
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Verlenging begunstigingstermijn voor afvoer van bodemassen na PAS-uitspraak
Verzoeksters, Van Bentum Recycling Centrale B.V., werden door Gedeputeerde Staten van Fryslân verplicht om een partij bodemassen af te voeren vóór 30 november 2019, onder dreiging van een dwangsom. Verzoeksters hadden reeds circa 170.000 ton afgevoerd en voor 237.000 ton een contractuele afvoer geregeld, maar ondervonden problemen met de resterende circa 90.000 ton vanwege afhankelijkheid van overheidsmedewerking en de impact van de PAS-uitspraak van 29 mei 2019.
De voorzieningenrechter constateerde dat de kern van het geschil ligt bij de vraag of de bodemassen als afvalstof kwalificeren, wat essentieel is voor de bevoegdheid tot handhaving. Deze vraag kan niet in deze voorlopige voorziening worden beantwoord en vereist een meervoudige kamer.
De rechter oordeelde dat het belang van verzoeksters bij verlenging van de termijn zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij onmiddellijke uitvoering. Er zijn geen concrete milieugevolgen vastgesteld bij tijdelijke opslag na de oorspronkelijke termijn. Verzoeksters hebben aannemelijk gemaakt dat zij zich inspannen voor afvoer, maar logistieke beperkingen en marktontwikkelingen, mede door de PAS-uitspraak, leiden tot onzekerheid.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en de begunstigingstermijn verlengd tot 1 juli 2020. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De begunstigingstermijn voor het afvoeren van bodemassen is verlengd tot 1 juli 2020.