Op 14 mei 2019 heeft verdachte samen met medeverdachten geprobeerd in te breken in een pand aan de [straatnaam] te Groningen met het oogmerk goederen weg te nemen. Hoewel een hennepkwekerij in het pand aanwezig was, kon niet bewezen worden dat verdachte hiervan op de hoogte was. Verdachte werd vrijgesproken van het voorhanden hebben van vuurwapens die nabij het pand werden aangetroffen, omdat zijn DNA niet op de wapens werd gevonden en er geen aanwijzingen waren dat hij zich bewust was van de wapens.
De rechtbank achtte de poging tot inbraak wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden, met aftrek van voorarrest. De rechtbank hield rekening met het feit dat de poging plaatsvond in de nacht, met donkere kleding, en dat verdachte een omvangrijk strafblad heeft, waaronder eerdere soortgelijke veroordelingen.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €586,65 aan de benadeelde partij wegens materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 mei 2019. De rechtbank legde ook een schadevergoedingsmaatregel op en verklaarde twee vuurwapens onttrokken aan het verkeer. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 31 oktober 2019.