ECLI:NL:RBNNE:2019:4573

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 oktober 2019
Publicatiedatum
5 november 2019
Zaaknummer
C18/194401 PR RK 19-296
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 24 oktober 2019 een wrakingsverzoek van een partij tegen een kantonrechter in een lopende procedure. Het verzoek was gericht tegen een niet bij naam genoemde rechter en betrof een beslissing die niet door de kantonrechter was genomen.

De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een wrakingsverzoek moet voldoen aan minimale vereisten, waaronder het noemen van de rechter tegen wie het verzoek is gericht. Omdat het verzoek hieraan niet voldeed, werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek werd achterwege gelaten. De procedure in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing werd uitgesproken in aanwezigheid van de griffier en de rechters M.W. de Jonge, Th.A. Wiersma en S. Zwarts.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen een niet bij naam genoemde kantonrechter is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
zaaknummer: C18/194401 PR RK 19-296
beslissing van de meervoudige kamer van 24 oktober 2019
op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van
[naam],
wonende te [woonplaats],
verzoekende partij,
gemachtigde mr. drs. R. de Nekker te Heerenveen ([adres]).

1.Procesverloop

Bij brief van 17 september 2019 is namens verzoekende partij een verzoek ingediend tot wraking van de kantonrechter in de procedure met nummer 7741544 BU 19-522 (aanhangig bij deze rechtbank, locatie Groningen) waarbij verzoekende partij als partij is betrokken.

2.Overwegingen

2.1.
Ingevolge artikel 8:15 Awb Pro kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2.
Het wrakingsverzoek is gericht tegen een niet bij name genoemde kantonrechter, op basis van een beslissing die niet door de kantonrechter is genomen.
2.3.
Het wrakingsverzoek voldoet daarmee niet aan de minimale vereisten die aan een dergelijk verzoek zijn te stellen. Het wrakingsverzoek zal daarom kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard en een mondelinge behandeling van dat verzoek kan daarom achterwege blijven.

3.Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het verzoek niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer 7741544 BU 19-522) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
  • beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan de (gemachtigde van) verzoekende partij en aan de (gemachtigde van) het CVOM.
Deze beslissing is gegeven door mrs. M.W. de Jonge, voorzitter, Th.A. Wiersma en S. Zwarts, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2019.
typ: 692