Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
S. Zwarts, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2019.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft op 7 oktober 2019 een verzoek tot wraking ingediend tegen een rechter in een lopende civiele procedure bij de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen. Het verzoek betrof een kantonrechter die niet bij name werd genoemd en waartegen het verzoek was gebaseerd op een beslissing die niet door die kantonrechter was genomen.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering een rechter alleen kan worden gewraakt indien feiten of omstandigheden de onpartijdigheid kunnen aantasten en het verzoek aan minimale vereisten voldoet, waaronder het noemen van de naam van de gewraakte rechter.
Aangezien het verzoek niet aan deze vereisten voldoet, verklaart de rechtbank het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en ziet af van een mondelinge behandeling. De hoofdprocedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing is op 31 oktober 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de naam van de gewraakte rechter.