Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewijsmiddelen
Bewijsoverweging
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
[slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 6,40 ter vergoeding van materiële schade en € 389,99 ter vergoeding van immateriële schade;
2. [benadeelde partij 2] , tot een bedrag van € 475,00 ter vergoeding van materiële schade;
3. [slachtoffer 5] , tot een bedrag van € 700,00 ter vergoeding van materiële schade;
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Inbeslaggenomen goederen
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gedeelte, groot 232 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
[slachtoffer 1]af.
[benadeelde partij 2]in haar vordering niet-ontvankelijk is.
[slachtoffer 5]in haar vordering niet-ontvankelijk is.
[benadeelde partij 5]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 822,03(zegge: achthonderdtweeëntwintig euro en drie eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2018.