Eiser, sinds 1993 arbeidsongeschikt en sinds 2013 werkzaam bij een werkgever voor 30 uur per week, meldde zich in januari 2019 ziek met een beroep op de no-riskpolis van de Ziektewet. Verweerder weigerde de uitkering omdat de ziekmelding niet binnen vijf jaar na indiensttreding plaatsvond. Eiser stelde dat hij door overgangsrecht recht had op de no-riskpolis en dat hij ten onrechte niet was gehoord.
De rechtbank constateerde dat de hoorplicht was geschonden maar dat eiser hierdoor niet benadeeld was omdat hij zijn standpunt in beroep kon toelichten. Juridisch werd vastgesteld dat eiser als arbeidsgehandicapte volgens de Wet REA recht had op de no-riskpolis, maar dat deze polis slechts vijf jaar na indiensttreding geldt. Omdat eiser in november 2013 in dienst trad, liep de polis af in november 2018.
De ziekmelding van januari 2019 viel buiten deze termijn, waardoor de uitkering terecht werd geweigerd. Andere bezwaren van eiser, zoals de berekening van zijn WAO-uitkering, werden niet inhoudelijk behandeld omdat deze niet relevant waren voor het bestreden besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde verweerder tot vergoeding van reiskosten en griffierecht.