Op 28 maart 2019 schoot verdachte op klaarlichte dag bij de voordeur van het slachtoffer met een vuurwapen in diens linkerbeen. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om het opzet op doodslag aan te nemen, waardoor verdachte werd vrijgesproken van poging tot doodslag.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebracht door gericht te schieten op het been van het slachtoffer en dat hij een verboden pistool met munitie van categorie III in bezit had. Het letsel was ernstig, met een verbrijzeld dijbeen en blijvend letsel als gevolg.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het gebeurde, en de persoon van verdachte, waaronder psychologische rapporten. Verdachte werd volledig toerekeningsvatbaar geacht en veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €10.356,62 schadevergoeding aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente. De verboden wapens en munitie werden onttrokken aan het verkeer.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en legde een schadevergoedingsmaatregel op om betaling te bevorderen.