ECLI:NL:RBNNE:2019:5318
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij vastgesteld op €13.601,38
In deze zaak vorderde de officier van justitie ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde uit een hennepkwekerij. De rechtbank baseerde de berekening op zeven oogsten, maar concludeerde dat veroordeelde slechts bij één oogst betrokken was.
De bewijsmiddelen bestonden uit proces-verbalen, verklaringen van medeverdachten en observaties van politieonderzoeken op diverse adressen met hennepkwekerijen. Uit deze stukken bleek dat veroordeelde samen met drie medeveroordeelden de opbrengsten van de oogst verdeelde.
De rechtbank hanteerde een opbrengst van €3,28 per gram hennep en trok kosten af om tot een netto opbrengst van €54.405,51 te komen voor één oogst. Vervolgens werd het voordeel ponds-pondsgewijs verdeeld over vier betrokkenen, waardoor het toe te rekenen voordeel aan veroordeelde €13.601,38 bedroeg.
Op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht legde de rechtbank veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 19 december 2019.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €13.601,38 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.