ECLI:NL:RBNNE:2019:5360
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepdelicten
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 19 december 2019 een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor meermalen medeplegen van hennepdelicten.
De vordering betrof een bedrag van €2.700, gebaseerd op verklaringen van veroordeelde en diverse proces-verbalen van politieonderzoeken in loods en bedrijfsruimtes waar hennepkwekerijen werden aangetroffen. Veroordeelde ontving vergoedingen voor hand- en spandiensten bij meerdere henneplocaties.
De rechtbank nam de verklaring van veroordeelde als uitgangspunt en stelde het voordeel vast op €2.650. De officier van justitie persisteerde in haar vordering, de raadsman van veroordeelde verzette zich niet. De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, waarbij mr. Koelman niet medeondertekende wegens verhindering. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen en proces-verbalen van politieonderzoeken.
Uitkomst: De rechtbank legt veroordeelde de verplichting op tot betaling van €2.650 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.