De rechtbank Noord-Nederland heeft op 17 december 2019 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het te koop aanbieden, verkopen en voorhanden hebben van goederen bestemd voor professionele hennepteelt in de periode van februari 2016 tot juni 2017.
Het Openbaar Ministerie vorderde een taakstraf van 90 uur, waarvan 30 voorwaardelijk, op basis van onderzoek in het kassasysteem en aangetroffen goederen in het bedrijfspand van de medeverdachte. Er waren aanwijzingen dat de goederen bestemd waren voor hennepteelt, waaronder verklaringen van getuigen en vondsten in voertuigen.
De verdediging stelde dat verdachte slechts timmerwerkzaamheden verrichtte en incidenteel hielp bij verkoop. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om betrokkenheid bij de specifieke orders en voorraad aan te tonen en sprak verdachte vrij.
Wel werden de in beslag genomen goederen, waaronder assimilatie lampen, bestrijdingsmiddel en een volgelaatsmasker, onttrokken aan het verkeer omdat deze geschikt zijn voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten en het bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang.