Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.1. Procesverloop
Mr. Mulder heeft aangegeven niet in de wraking te berusten. Bij brief van 8 mei 2019 heeft mr. Mulder haar reactie op het wrakingsverzoek gegeven.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. L. Mulder, de behandelend rechter in een bestuursrechtelijke zaak over een kapvergunning voor het A-Kerkhof. Verzoeker stelde dat mr. Mulder zijn belangen niet objectief zou afwegen en onpartijdigheid zou missen vanwege eerdere betrokkenheid bij procedures waarin verzoeker niet als belanghebbende werd erkend.
De rechtbank behandelde het wrakingsverzoek op 14 mei 2019, waarbij verzoeker en mr. Mulder niet verschenen. Mr. Mulder gaf schriftelijk aan dat er geen feiten of omstandigheden zijn die haar onpartijdigheid aantasten. De rechtbank overwoog dat de rechter vermoed wordt onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen.
De rechtbank constateerde dat mr. Mulder in eerdere procedures geen oordeel heeft gegeven over verzoekers status als belanghebbende en dat het enkele feit van eerdere betrokkenheid geen vooringenomenheid impliceert. Er waren geen aanwijzingen dat mr. Mulder jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de procedure voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Mulder wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor rechterlijke vooringenomenheid.