ECLI:NL:RBNNE:2019:5742
Rechtbank Noord-Nederland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet-rechtsgeldige ingebrekestelling bij consumentenkrediet
De eisende partij heeft een vordering ingesteld tot betaling van een bedrag van €500,00 met rente en kosten, voortvloeiend uit een kredietovereenkomst gesloten op 30 november 2003. De rechtbank beoordeelde ambtshalve of de bepalingen van de Wet op het consumentenkrediet (Wck) van toepassing zijn, aangezien deze overeenkomst onder de Wck valt.
De kantonrechter stelde vast dat er sprake was van een stilzwijgend overeengekomen hogere kredietsom, waardoor de stelling van een ongeoorloofde debetstand niet gegrond was. Verder oordeelde de rechtbank dat de ingebrekestelling van 22 augustus 2017 niet voldeed aan artikel 33 van Pro de Wck, omdat de aanmaning betrekking had op het gehele saldo en niet op achterstallige termijnen, en dat de opeising van 5 september 2017 daarom niet rechtsgeldig was.
De rechtbank concludeerde dat de vordering niet toegewezen kon worden en veroordeelde de eisende partij in de kosten van de procedure, die nihil werden vastgesteld.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens niet-rechtsgeldige ingebrekestelling en opeising.