ECLI:NL:RBNNE:2019:5936
Rechtbank Noord-Nederland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging Belgische confiscatiebeslissing afgewezen
Veroordeelde heeft beroep ingesteld tegen de beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van een Belgische confiscatiebeslissing van €300.000, opgelegd door het Hof van beroep te Gent. Het beroep is ingesteld op grond van artikel 27 van Pro de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC).
Hoewel de officier van justitie aanvankelijk stelde dat het beroep buiten de wettelijke termijn was ingesteld, besloot de rechtbank veroordeelde ontvankelijk te verklaren vanwege het ontbreken van bewijs dat de aanschrijving met de juiste informatie tijdig was verzonden. Veroordeelde voerde aan dat het opgelegde bedrag niet was omgezet naar Nederlandse maatstaven en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat zij noch de officier van justitie mogen treden in het buitenlandse rechtsgeding of de buitenlandse beslissing. Het verweer dat het bedrag niet is omgezet, werd daarom verworpen. Ook werd het verzoek om vergoeding van kosten afgewezen omdat de wet hierin niet voorziet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische beslissing.
Uitkomst: Het beroep van veroordeelde tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.