ECLI:NL:RBNNE:2019:781
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in hennep
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 1 maart 2019 een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Verdachte werd eerder veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet.
Tijdens de terechtzitting van 15 februari 2019 verklaarde verdachte dat het bij hem aangetroffen geld was verdiend met de handel in hennep. Politie vond op 4 oktober 2018 in een opslagruimte bij de woning van verdachte een geldkistje met minstens tienduizend euro en contant geld in de keuken. Op 5 oktober 2018 telde de politie het in beslag genomen geld, dat in totaal €49.170 bedroeg.
De rechtbank stelde vast dat dit bedrag het wederrechtelijk verkregen voordeel betrof en legde aan verdachte de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en de wettige bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van verdachte en politieprocessen-verbaal.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot betaling van €49.170 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.