ECLI:NL:RBNNE:2019:844
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke beëindiging maatregel plaatsing in inrichting voor jeugdigen
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 28 februari 2019 een vordering van de officier van justitie tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ) tegen de veroordeelde, die sinds 2015 deze maatregel ondergaat vanwege ernstige delicten waaronder afpersing en mishandeling.
Uit diverse rapportages, waaronder die van de inrichting en reclassering, blijkt dat de veroordeelde een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Zijn gedragsproblematiek is sterk afgenomen, hij functioneert goed op verschillende leefgebieden, heeft zijn middelengebruik onder controle en woont begeleid. Het recidiverisico wordt als gemiddeld ingeschat.
De deskundigen en de reclassering adviseren de maatregel voorwaardelijk te beëindigen, waarbij voorwaarden worden gesteld om toezicht en begeleiding te waarborgen. De officier van justitie sluit zich hierbij aan en de veroordeelde stemt in met de voorwaarden.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel geen meerwaarde meer heeft en dat verlenging niet noodzakelijk is voor de veiligheid van anderen of de ontwikkeling van de veroordeelde. De vordering tot verlenging wordt afgewezen en de maatregel wordt voorwaardelijk beëindigd onder strikte voorwaarden zoals toezicht door de reclassering, verblijfs- en meldingsplicht, en controle op middelengebruik.
Deze beslissing draagt bij aan een verantwoorde overgang van de veroordeelde naar een minder restrictieve fase, waarbij zijn resocialisatie en maatschappelijke integratie worden ondersteund.
Uitkomst: De maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wordt voorwaardelijk beëindigd onder strikte voorwaarden.