ECLI:NL:RBNNE:2020:1183

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
17 maart 2020
Publicatiedatum
12 maart 2020
Zaaknummer
8264867
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 22 RvArt. 139 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis ambtshalve toetsing consumentenvordering wegens onvoldoende specificatie

In deze civiele procedure tussen N.V. Univè Zorg en een natuurlijke persoon als gedaagde, heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen in het kader van ambtshalve toetsing van de dagvaarding. De dagvaarding bevatte onvoldoende informatie om de gegrondheid van de vordering te beoordelen, waardoor de rechter niet kon vaststellen of de vordering onrechtmatig of ongegrond was.

De kantonrechter heeft op grond van artikel 22 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) eisende partij bevolen om de vordering nader te onderbouwen. Dit houdt in dat onder meer een kopie van het eerdere vonnis van 19 december 2017, de bijbehorende dagvaarding inclusief producties, en een specificatie van de declaraties en betalingen aan de gedaagde moeten worden overgelegd. Tevens moet worden aangegeven welke premiebedragen en declaraties wanneer in rekening zijn gebracht en welke bedragen zijn ontvangen en afgeboekt.

Indien de eis of de gronden daarvan worden gewijzigd, dient eisende partij dit vonnis en de nieuwe stukken aan de gedaagde te betekenen en deze op te roepen voor de rolzitting. De kosten van betekening zijn voor rekening van eisende partij. De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan totdat aan het bevel is voldaan. Gedaagde is niet verschenen en heeft niet gereageerd op de dagvaarding.

Uitkomst: De kantonrechter beveelt eisende partij om de vordering nader te onderbouwen en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Assen
zaak-/rolnummer: 8264867 \ CV EXPL 20-187
vonnis van de kantonrechter van 17 maart 2020
in de zaak van
de naamloze vennootschap
N.V. Univè Zorg,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem,
eisende partij,
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarder & Incasso,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [adres] ,
gedaagde partij,
tegen wie verstek is verleend.

1.Verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de dagvaarding van 7 januari 2020 met producties. Gedaagde partij is niet verschenen en heeft evenmin schriftelijk gereageerd of om aanhouding van de procedure verzocht.

2.Gronden van de beslissing

Aan dagvaarding te stellen eisen
2.1.
Gedaagde partij is een natuurlijk persoon. Natuurlijke personen zijn in de regel consument en op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daarom niet is gevraagd (‘ambtshalve toepassing’). De dagvaarding dient voldoende informatie te verschaffen om de rechter in staat te stellen te beoordelen of de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en daarbij tevens te beslissen of er aanleiding is tot ambtshalve toepassing van het geldend consumentenrecht.
Bevel om stellingen toe te lichten en bewijsstukken in het geding te brengen
2.2.
De in dit geding uitgebrachte dagvaarding verschaft naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende informatie om de gegrondheid van de vordering te kunnen beoordelen en voldoet daarmee niet aan de eisen van artikel 21 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Op grond van artikel 22 Rv Pro. is de rechter bevoegd een toelichting op bepaalde stellingen te vragen en te bevelen dat op de zaak betrekking hebbende bescheiden worden overgelegd.
2.3.
De kantonrechter zal eisende partij bevelen de vordering nader te onderbouwen, al dan niet gebruikmakend van het op rechtspraak.nl te vinden formulier (
https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/landelijk-informatieformulier-ambtshalve-toetsen-consumentenzaken.pdf#search=informatieformulier).
Eisende partij dient in ieder geval de volgende informatie te verstrekken:
- een kopie van het vonnis van 19 december 2017 en de bijbehorende dagvaarding inclusief producties;
- een specificatie van de in productie 1 genoemde "Declaratie 50817488" ad € 12,69
- een specificatie waaruit niet alleen blijkt welke premiebedragen en declaraties wanneer aan gedaagde in rekening zijn gebracht (naar de kantonrechter begrijpt in totaal € 1.003,64 vanaf september 2016 tot en met augustus 2017), maar ook wanneer daarop welke bedragen van gedaagde zijn ontvangen (naar de kantonrechter begrijpt in totaal € 924,24) en waarop die bedragen zijn afgeboekt.
Betekening
2.4.
Indien sprake is van een wijziging van eis of de gronden daarvan, dient eisende partij dit vonnis en de akte aan gedaagde partij te betekenen en gedaagde partij op te roepen om op de hierna te noemen rolzitting te verschijnen om voort te procederen in de zaak. De kosten van betekening blijven voor rekening van eisende partij.
Gevolgen niet voldoen aan het bevel
2.5.
Indien aan de hierboven bedoelde opdrachten niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Rv. de gevolgen verbinden die hij geraden acht.
2.6.
Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van het geding aangehouden.
BESLISSING
De kantonrechter:
1. beveelt eisende partij om bij akte de onder 2.3 bedoelde toelichting te verstrekken, te nemen op de rol van
dinsdag 14 april 2020;
2. bepaalt dat bij wijziging van de eis dan wel de gronden daarvoor, eisende partij dit vonnis en hetgeen op grond van dit vonnis in het geding wordt gebracht aan gedaagde partij moet betekenen, en gedaagde partij daarbij moet oproepen om te verschijnen op de hiervoor bedoelde rolzitting;
3. houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2020.
typ/conc: 15484/ak
coll: