Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.
17 maart 2020 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
De gedragingen van de verdachte kunnen derhalve naar de uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer te zijn gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, dat het - behoudens contra-indicaties, waarvan uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet is gebleken - niet anders kan zijn dan dat verdachte zich van de aanmerkelijke kans op dit gevolg bewust is geweest en dat hij deze heeft aanvaard. Aldus heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangever als gevolg van zijn handelen zwaar lichamelijk letsel zou bekomen en is het opzet van verdachte in voorwaardelijke zin daarop gericht geweest.