ECLI:NL:RBNNE:2020:1206
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging doodslag en veroordeling poging zware mishandeling door wurging
Op 12 augustus 2018 heeft verdachte te Emmer-Compascuum aangever bij diens keel gepakt en met beide handen dichtgedrukt, waardoor de ademhaling tijdelijk werd belemmerd. Aangever raakte niet bewusteloos, maar ondervond pijn en angst. De rechtbank oordeelt dat niet is bewezen dat verdachte opzet had op de dood van aangever, ook niet in voorwaardelijke zin, mede vanwege onduidelijkheid over de duur en intensiteit van het wurgen.
Wel is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met voorwaardelijk opzet zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. Het wurgen vond plaats in een kleine ruimte waarbij verdachte bovenop aangever zat, wat het risico op ernstig letsel verhoogde. Het letselrapport bevestigt onderhuidse bloeduitstortingen passend bij druk op de hals. DNA-onderzoek toont aanwezigheid van verdachte's DNA op de hals van aangever.
De rechtbank spreekt verdachte vrij van bedreiging wegens onvoldoende bewijs. Bij strafmotivering weegt de rechtbank de ernst van het feit, het ontbreken van eerdere veroordelingen, spijtbetuiging, en positieve deelname aan herstelbemiddeling mee. Verdachte krijgt een taakstraf van 100 uur opgelegd, zonder voorwaardelijke straf, met vervangende gijzeling van 50 dagen bij niet-naleving.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van poging doodslag en bedreiging, veroordeeld tot taakstraf voor poging zware mishandeling door wurging.