Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Coöperatieve Rabobank U.A., statutair gevestigd te Amsterdam,
Rechtbank Noord-Nederland
Rabobank vordert betaling van een openstaand kredietbedrag van €7.071,98 met rente en kosten van de gedaagde. De kantonrechter heeft in een tussenvonnis de eisende partij opgedragen de vordering nader te onderbouwen, met name inzake de (pre)contractuele informatieverplichtingen en de zorgplicht volgens artikel 4:34 Wft Pro.
Rabobank heeft toegelicht dat de kredietovereenkomst digitaal is getekend op 10 december 2018 en dat het krediet een Rabo Kort Roodstaan betreft met een limiet van €1.000,- die driemaandelijks moest worden afgelost. De gedaagde heeft de kredietlimiet verhoogd naar €2.000,- en is vervolgens in gebreke gebleven, ondanks aanmaningen in januari en februari 2019. De kantonrechter oordeelt dat het vervroegd opeisingsbeding geldig is omdat het krediet binnen drie maanden wordt afgelost.
Hoewel het Esic-formulier ontbreekt, staat Rabobank er garant voor dat dit aan de gedaagde is verstrekt. De kantonrechter acht de informatieverplichtingen voldoende nagekomen en wijst de vordering toe. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag, de rente en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €7.071,98 met rente en proceskosten.