Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde],
Procesverloop
Beoordeling
€ 362-/-
PM
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 17 januari 2020 uitspraak gedaan in een zaak waarin de officier van justitie vorderde dat de veroordeelde een bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel zou betalen. De vordering betrof een bedrag van oorspronkelijk €64.408, dat later werd beperkt tot €53.008. De veroordeelde was eerder veroordeeld voor witwassen, maar de rechtbank oordeelde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel ook kan voortkomen uit andere strafbare feiten die tot het voordeel hebben geleid.
De rechtbank baseerde haar schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een kasopstelling en het rapport van de politie Noord-Nederland, waarin de contante uitgaven werden afgezet tegen de legale inkomsten. Dit leidde tot een geschat voordeel van €53.008. Er werd rekening gehouden met diverse posten zoals contante uitgaven, aankoop van voertuigen, leasekosten, reizen en aangetroffen contant geld.
De rechtbank vond voldoende aanwijzingen dat de veroordeelde over een langere periode wederrechtelijk voordeel had verkregen dan alleen de bewezenverklaarde periode van het witwassen. Het bedrag van €14.335 aan reeds verbeurd verklaarde en in beslag genomen gelden werd in mindering gebracht, waardoor de betalingsverplichting op €38.673 werd vastgesteld.
Tot slot bepaalde de rechtbank de maximale duur van de gijzeling op 180 dagen en wees de vordering van de officier van justitie toe zoals verzocht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €38.673 aan wederrechtelijk verkregen voordeel.