Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2020:1523

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
1 april 2020
Publicatiedatum
1 april 2020
Zaaknummer
C/18/198057 / FA RK 20-783
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 1 Wet Publieke GezondheidArt. 1 Wet Publieke GezondheidArt. 30 Wet Publieke Gezondheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting isolatie wegens geen besmetting Covid-19 meer

De officier van justitie verzocht om voortzetting van de isolatie van betrokkene, die eerder was bevolen door de voorzitter van de veiligheidsregio Gelderland-Zuid. De zaak werd doorverwezen van de rechtbank Gelderland naar de rechtbank Noord-Nederland vanwege de overplaatsing van betrokkene naar een zorginstelling in het rechtsgebied van deze rechtbank.

Tijdens een telefonische zitting, conform het protocol vanwege de coronapandemie, werden betrokkene, diens advocaat, een longarts, een GGD specialist infectieziektes en de officier van justitie gehoord. Uit de medische en epidemiologische gegevens bleek dat betrokkene aan een infectieziekte van groep A leed en dat er een ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestond door verspreiding.

Echter, uit de toelichting tijdens de zitting bleek dat betrokkene het Covid-19 virus niet meer bij zich draagt en daardoor geen gevaar meer vormt voor de volksgezondheid. Gezien deze omstandigheden wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de isolatie af. De beschikking werd op 1 april 2020 in het openbaar uitgesproken door rechter R.B.M. Keurentjes.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de isolatie wordt afgewezen omdat betrokkene het Covid-19 virus niet meer draagt en geen gevaar meer vormt voor de volksgezondheid.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
Zaak-/rekestnr.: [nummer]
Machtiging tot voortzetting van de isolatie
Beschikking van 1 april 2020,
van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van de isolatie als bedoeld in artikel 31 lid 1 van Pro de Wet Publieke Gezondheid ten aanzien van:
[naam betrokkene]
geboren op [geboortedatum en plaats] ,
wonende te [woonadres]
thans verblijvende in [verblijfadres]
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: [naam advocaat] .

1.Het procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank Gelderland op 30 maart 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 27 maart 2020 door de voorzitter van de veiligheidsregio Gelderland-Zuid genomen beschikking tot isolatie van betrokkene.
1.2.
In verband met de overplaatsing van betrokkene van een zorginstelling van Iriszorg, geleden in het rechtsgebied van de rechtbank Gelderland, naar het Beatrixoord te Haren (onderdeel van het Universitair Centrum Psychiatrie), afdeling Tuberculose heeft de rechtbank Gelderland onderhavige zaak doorverwezen naar deze rechtbank. Op 30 maart 2020 is daartoe ter griffie een doorverwijzingsbeschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, ontvangen.
1.3.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking voornoemd
- de in artikel 30 Wet Pro Publieke Gezondheid bedoelde medische en epidemiologische gegevens
1.4.
In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de mondelinge behandeling van het verzoekschrift conform het landelijk geldende protocol telefonisch plaatsgevonden.
1.5.
De rechtbank heeft op 1 april 2020 door middel van een conference call de volgende
personen, gelijktijdig, telefonisch gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door [naam advocaat] ;
- [naam longarts] , longarts,
- [naam] , GGD specialist infectieziektes;
- [naam] , officier van justitie.

2.De beoordeling:

2.1.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat:
- betrokkene lijdt aan een infectieziekte behorend tot groep A, als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet Publieke Gezondheid,
- ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat door verspreiding van die infectieziekte,
- dit gevaar niet op andere wijze effectief kan worden afgewend, en
- betrokkene niet tot vrijwillige opneming ter isolatie bereid is.
2.2.
Uit de telefonische toelichting is gebleken dat betrokkene het Covid-19 virus niet (meer) bij zich draagt en derhalve geen gevaar (meer) is voor de volksgezondheid.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal het verzoek worden afgewezen.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven op 1 april 2020 door mr. R.B.M. Keurentjes, rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2020.
RH
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.