ECLI:NL:RBNNE:2020:1695
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- D.M. Schuiling
- C.H. de Groot
- M. Nieuwenhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering wegens onvoldoende onderbouwing persoonlijke omstandigheden
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep van eiseres tegen het besluit van de gemeente Groningen om bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering te weigeren. Eiseres voerde aan dat de GKB als bewindvoerder niet passend was voor de onderbewindgestelde, mede vanwege diens PTSS en angststoornissen, en dat verweerder handelde in strijd met artikel 12, vierde lid, van het VN Verdrag Handicap.
De rechtbank stelde vast dat de onderbewindgestelde valt onder de doelgroep van het Verdrag, maar dat artikel 12, vierde lid, geen rechtstreekse werking heeft omdat het niet onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is. De rechtbank verwees naar de parlementaire geschiedenis en eerdere jurisprudentie ter onderbouwing.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht de bijzondere bijstand weigerde omdat eiseres geen medische of andere stukken had overgelegd ter onderbouwing van haar stellingen over de persoonlijke omstandigheden van de onderbewindgestelde. De rechtbank concludeerde dat verweerder geen rekening hoefde te houden met de persoonlijke omstandigheden bij het besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten wordt ongegrond verklaard.